logoplaatjelogotekstbgzoeken
bghistory
Home/ Uitvaart regelen/ Speciale uitvaarten/ Uitvaartzorg voor asielzoekers/

Uitvaart, begrafenis, crematie, begraven, cremeren, uitvaartinformatie, uitvaartadvies, overlijden Uitvaart regelen

plaatje: Individuele wensen binnen strak protocol<br>Uitvaartzorg voor asielzoekers

Individuele wensen binnen strak protocol
Uitvaartzorg voor asielzoekers

plaatje: bulletIn Nederland overlijden jaarlijks zo’n zeventig asielzoekers. Het gaat daarbij meestal om jonge mensen die plotseling aan hun einde komen. Als asielzoeker val je in Nederland buiten de maatschappij. Welke regeling is er voor deze mensen in geval van overlijden? En hoe gaat de uitvaartverzorger daar mee om?

Tekst: Jolanda Scholman
Foto: Jan-Bart Masurel
Augustus 2004 verdronk in het Amsterdam Rijnkanaal een Angolese man van 39 jaar. Hij zocht samen met vrienden een beetje verkoeling op deze zeldzaam tropische dag, maar wist niet dat er een sterke onderstroom stond die hem zou meesleuren naar de diepte. Deze jongeman verbleef destijds in het naburige asielzoekerscentrum in Leersum. Het was niet de eerste asielzoeker die werd gegrepen door het verraderlijke Hollandse water. Een schok voor de andere bewoners en de medewerkers van het centrum. Zoiets was bij hen nog niet eerder voorgekomen.
In Nederland overlijden jaarlijks zo’n zeventig asielzoekers van de ongeveer 34.000 die momenteel verblijven in een opvangcentrum. De gemiddelde asielzoeker is tussen de 20 en de 45 jaar oud. Mensen in de bloei van hun leven die ondernemend genoeg zijn om de reis naar Nederland te maken. Ze hebben geen verblijfsvergunning, dus als individu kunnen ze bijvoorbeeld geen aanspraak maken op verzekeringen en zelfstandige woonruimte. Daardoor vallen ze onder verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. De organisatie die de opvang op zich neemt is het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), een zelfstandig bestuursorgaan dat wordt bekostigd door het Ministerie van Justitie. Het COA zorgt voor onderdak gedurende de asielprocedure en bereidt asielzoekers voor op een verblijf in Nederland, terugkeer naar het land van herkomst of doormigratie. In geval van overlijden keert het COA een standaardbedrag uit en treedt er een protocol in werking. In dit protocol staan door het COA opgestelde regels over wat de betrokken partijen moeten doen als ze geconfronteerd worden met een sterfgeval. Een medewerker van het asielzoekerscentrum neemt contact op met de vaste uitvaartondernemer en samen met de nabestaanden gaan ze de uitvaart regelen.

Landelijke dekking

De uitvaartverzorger in Nederland die deze uitvaarten voor zijn rekening neemt, is Monuta Uitvaartverzorging en -verzekeringen. Zij hebben een contract gesloten met het COA, de opdrachtgever, dat zij alle voorkomende uitvaarten verzorgen. “Wij zijn de enige speler in Nederland met een landelijke dekking op dit gebied en vanuit die gedachte hebben wij dit contract met het COA”, aldus Bob van Laatum, Manager Business to Business bij Monuta. “Al een aantal jaren is deze regeling van toepassing. Het bestaande contract wordt om de paar jaar bekeken en verlengd volgens een aanbestedingsprocedure.”
Een melding van overlijden in het asielzoekerscentrum (AZC) komt volgens protocol eerst binnen bij het Service Centrum Uitvaarten van Monuta in Apeldoorn. Daarvandaan wordt de locale uitvaartverzorger van Monuta aangestuurd. De uitvaartverzorger daar kijkt wat er moet gebeuren: is er sprake van een repatriëring of gaat de uitvaart in Nederland plaatsvinden? Mocht een asielzoeker gerepatrieerd moeten worden, dan regelt de uitvaartverzorger dit in samenwerking met de afdeling Repatriëring van Monuta. Blijft de asielzoeker in Nederland, dan wordt de uitvaart geregeld in samenwerking met de nabestaanden of medewerkers van het COA. De ondernemer en de mensen van het AZC hebben een draaiboek klaarliggen hoe te handelen in geval van een overlijden.

Heftige gebeurtenis

Als een asielzoeker sterft, is dit een ingrijpende en heftige gebeurtenis in het centrum, voor zowel medebewoners als de medewerkers. Het gaat meestal om jonge tot zeer jonge mensen die vaak onverwacht komen te overlijden. Asielzoekers verblijven voor een lange periode in een AZC dat een klein wereldje is, waar iedereen elkaar kent. Als uitvaartverzorger moet je ervoor zorgen dat je in het centrum vertrouwen weet te winnen. Anne-Marie, uitvaartverzorgster bij Monuta Nijenheim, heeft twee uitvaarten geregeld in twee jaar tijd, onder andere die van een levenloos geboren Palestijnse baby. Ze regelde ook de begrafenis van de bovengenoemde man die verdronk in het kanaal. In eerste instantie was het een gespannen aangelegenheid in het uitvaartcentrum. Ze kreeg te maken met een vriendengroep van twintig Angolezen die haar niet zomaar accepteerden. “Hun vriend was overleden en wie was ik dan wel niet. Doortastend en helder heb ik verteld dat we er moesten zijn voor elkaar. Dat vertrouwen belangrijk was, dat ik de verantwoording had, dat ik samenwerkte met Nicoline, locatie-coördinator van het AZC en dat ik er voor ze zou zijn.” Door haar optreden kreeg ze het respect van de leider van de groep en vanaf dat moment ging het contact soepel.
Roel Vroom van Monuta Vroom in Leeuwarden heeft in een jaar toch al vier sterfgevallen meegemaakt bij de omliggende AZC’s. Hij is gevestigd in een gebied met zeven centra, waarvan er inmiddels drie gesloten zijn. “De gevallen die ik heb meegemaakt, waren allemaal onverwacht. Vorig jaar zijn er twee kindertjes verdronken bijvoorbeeld. Het heeft impact op het hele centrum. Dat gevoel heb ik elke keer als ik daar uit de auto stap. Dan heb ik het gevoel dat iedereen weet wat ik kom doen.”

Inspanningen

De verantwoordelijke van het AZC en de uitvaartondernemer werken nauw samen om de uitvaart zo waardig mogelijk af te handelen. Tijdens de gesprekken met nabestaanden is een medewerker van het centrum aanwezig. Deze heeft niet alleen een tolkfunctie maar vooral ook een bemiddelende rol. De uitvaartverzorger, het AZC en de bewoners doen bovendien hun uiterste best om vrienden of familie in de rest van het land op te sporen. Vroom: “Ik ben bij een aantal AZC’s geweest, en ik vind het altijd knap wat die medewerkers voor inspanningen verrichten om het zo goed mogelijk af te sluiten. Soms moet familie van elders komen, dan wachten we even met regelen.” Vroom maakte een paar maanden geleden een suďcide mee van een Afrikaanse man van in de twintig. Hij had helemaal geen familie. Wel had hij een goede vriend die een paar weken daarvoor was overgeplaatst naar een centrum in het westen van het land. De vriend is meteen opgetrommeld en heeft invloed gehad op de invulling van de begrafenis van de jongen, die een christelijke achtergrond had.
In het geval van de verdronken Angolees heeft het AZC in Leersum alle andere centra in Nederland een e-mail gestuurd om zoveel mogelijk mensen van die gemeenschap in te lichten. Het is een hechte groep, dat weten ze bij het AZC. Als er opgespoorde familie in een ver land zit, worden ze in ieder geval ingelicht over de afspraken van de uitvaart. Ook maken nabestaanden of anderen dikwijls foto’s van de uitvaart. Zo hebben de vrienden van de jongen die zichzelf van het leven beroofde een complete fotoreportage van de begrafenis gemaakt en naar de moeder in Afrika gestuurd.

Standaardbedrag

Voordat deze en andere details aan de begrafenis of crematie worden gegeven, krijgen de nabestaanden eerst duidelijke informatie over wat ze te besteden hebben. Daar valt weinig aan te tornen. Voor de uitvaart staat een standaardbedrag, dat ongeveer overeenkomt met een uitvaart vanuit de gemeentelijke sociale dienst. Familie en nabestaanden moeten daardoor keuzes maken. Op het moment dat ze meer of anders willen, bijvoorbeeld repatriëring, dan moeten ze dit zelf financieren. Soms gebeurt dit door een inzamelingsactie of wordt er geld vanuit het land van herkomst gestuurd. Als er niet meer geld is, dan zal de uitvaartverzorger met het bestaande budget de uitvaart zo eerbiedwaardig mogelijk moeten invullen. Met respect voor bijvoorbeeld de moslimcultuur of de hindoestaanse rituelen.

Goedkopere alternatieven

Aan de uitvaartverzorgers is het dus de uitdaging om te proberen aan de wensen van de nabestaanden te voldoen schipperend met het strenge budget. Daardoor wordt gekeken naar goedkopere alternatieven. Vroom kon de jongen uit Afrika begraven op de duurdere begraafplaats in het dorp, omdat er geen uitvaartdienst is geweest. Maar mocht het nodig zijn, dan wijkt hij uit naar bijvoorbeeld een adresje in Friesland. “Het hangt van het totale plaatje af of je daarvoor kiest. Het is soms weer een stukje verder rijden en dat geeft weer vervoerskosten. Je kunt ook kijken of de opbaarkosten niet goedkoper kunnen. Wij werken hier veel met dagprijzen, dus dat is gunstig voor islamitische mensen die zo snel mogelijk na 36 uur begraven willen worden. Ik heb ook wel eens iemand in het ziekenhuis laten liggen, want een uitvaartcentrum kost 500 euro. Dat is heel kostbaar. Je houdt er wel rekening mee.” De handelsgeest komt ook om de hoek kijken. Anne-Marie van Monuta zorgde ervoor dat de Angolees in zijn woonplaats Doorn begraven werd, toevallig een goedkopere begraafplaats in Nederland. Met de steenhouwer viel wel te onderhandelen over de prijs. De vrienden gingen zelf ook ‘met de pet rond’. Er was geen geld voor bloemen bij de begrafenis, maar ze hebben het samen bij elkaar geschraapt. Ook hadden ze zelf een bus voor het vervoer geregeld.

Vaak komt het niet voor, maar als er onverwacht iemand overlijdt in het asielzoekerscentrum weten de medewerkers en de uitvaartverzorger precies wat ze te doen staat. Daar zorgt de strakke regeling van het COA wel voor. Belangrijk is binnen die hectische en emotionele setting van het AZC om de nabestaanden helder uit te leggen wat ze te besteden hebben en dat ze keuzes moeten maken. Zo voorkom je problemen. Vroom: “Als je maar van tevoren duidelijk communiceert over wat kan en wat niet kan, dan weet iedereen waar hij aan toe is. Want ook bij deze gevallen geldt: de opdrachtgever bepaalt en de opdrachtgever betaalt.”

Bron

Dit artikel is eerder verschenen in Het Uitvaartwezen, oktober 2005
Print deze pagina