logoplaatjelogotekstbgzoeken
bghistory
Home/ Uitvaart regelen/ Bijz. omstandigheden/ Niet-natuurlijke dood/ (Zelf)moord/

Uitvaart, begrafenis, crematie, begraven, cremeren, uitvaartinformatie, uitvaartadvies, overlijden Uitvaart regelen

Introductie

Soms zijn de omstandigheden waaronder iemand overlijdt bijzonder tragisch.
Bij zelfdoding of dood door geweld is officieel sprake van een niet-natuurlijke doodsoorzaak en wordt de politie ingeschakeld. Na een eerste bezoek door dienstdoende agenten wordt meestal de recherche ingeschakeld om een onderzoek in te stellen. Als je niet zelf het slachtoffer hebt gevonden, zal de politie je inlichten. De recherche zal je ondervragen en eventueel persoonlijke spullen van de overledene in beslag nemen. Nabestaanden hebben heel verschillende ervaringen met het optreden van de politie. Twee moeders die geconfronteerd werden met een zelfdoding over hun contact met de politie:

‘Ik begrijp ook dat deze mensen wel eens hard worden omdat je anders niet tegen deze situaties kunt. Maar als je een dochter verliest die gevochten heeft om niet met medicijnen te hoeven leven en het zelf te redden en er wordt dan door de politie gezegd: ‘Zeker drugs, meneer ?’ Dan kunnen ze beter niets zeggen. En tegen mij: ‘Had ze al eerder pogingen gedaan en had ze erover gepraat, want als jonge mensen het zeggen doen ze het ook..’ Deze wijsheid had ik nog nooit gehoord en ik vond dit zeker niet het moment en de persoon om dit te stellen. Of je het al niet moeilijk genoeg hebt’
(Uit: ‘Na zelfdoding’, p.18)

Een moeder met een andere ervaring met de politie:

‘De eerste reactie die ik had toen de politie me had verteld dat Janet zich voor de trein had gegooid was: ik wil naar haar toe, ik wil haar zien, ik moet weten of het waar is. Ze hebben me laten razen en tieren, want ik geloof dat ik dat heb gedaan. Toen ik wat rustiger werd, hebben ze me verteld dat het beter was Janet niet meer te zien. Dat ze onherkenbaar was. Ze hebben antwoord gegeven op mijn talloze vragen en ik ben nog dankbaar dat ze bij me zijn gebleven. Ze hebben ook de huisarts gebeld en een vriendin. Raar eigenlijk, maar weet je wat me zo goed deed, dat ik zag dat zij het er ook moeilijk mee hadden.’
(Uit: ‘Na zelfdoding’, p. 95)

Helaas kun je als nabestaande te maken krijgen met minder zorgzaam optreden van de politie. ‘In het belang van het onderzoek’ is het echter nodig persoonlijke vragen te stellen, je huis te doorzoeken naar bewijsmateriaal en het je moeilijk maken afscheid van de overledene te nemen. Na zelfdoding wordt de bemoeienis van politie en justitie meestal vrij snel afgerond en kun je, voorzover mogelijk, zelf de touwtjes in handen nemen. Als de overledene een brief of andere aanwijzingen heeft achtergelaten, krijg je die over het algemeen weer snel van de politie terug.

In het geval van een geweldsdelict wordt het lichaam meestal pas na enige tijd vrijgegeven door de officier van justitie, maar het onderzoek gaat daarna door. Onder die omstandigheden zul je als nabestaande nauwelijks in staat zijn het verlies te verwerken. De ervaring leer dat iemand in deze situatie eerder behoefte aan hulp van zijn omgeving of van een dienstverlener heeft. Met steun van anderen kun je proberen te begrijpen wat er is gebeurd en je voorbereiden op dat wat gaat komen, bijvoorbeeld een rechtszaak en de confrontatie met de dader.

Zelfdoding

Het contact met de buitenwereld zal in het geval van een onnatuurlijke dood vaak anders verlopen dan bij een natuurlijke doodsoorzaak. Aangezien op zelfdoding een taboe rust, wil je hier misschien geen rugbaarheid aan geven. Aan de andere kant zul je weinig begrip voor de gebeurtenis van de buitenwereld ontvangen, als je in bedekte termen over de doodsoorzaak blijft praten. Veel mensen realiseren zich niet dat de nabestaanden bijvoorbeeld al jaren betrokken zijn geweest bij de strijd op leven en dood van de overledene. De moeder van een meisje dat na jaren van psychologische problemen voor zelfdoding koos:

‘Zelfmoord wordt niet als een ziekte gezien, maar als een laffe manier om een einde aan het leven te maken. Het is natuurlijk moeilijk te vatten wanneer je zelf een goed functionerend geheel bent.Ik kan daar wel tegen, omdat ik me er hoog boven voel staan met iest van: waar oordelen jullie over. Maar je kunt natuurlijk niet echt oordelen over een situatie waarin je zelf niet zit. Ik heb ontzettend veel respect voor hoe zij gevochten heeft, ook in de psychiatrische inrichting. Ze schrijft ook ergens dat ze zichzelf wilde bestrijden, zonder geneesmiddelen, maar dat ze niet wist of het zou lukken. Een paar dagen voordat ze thuis kwam van haar kamer, schrijft ze: ‘Ik heb weer controle over mijn eigen leven, ik begrijp mezelf weer, ik ben de duistere stap begonnen om het leven te leren en om te leren leven.’ Dat is een van de laatste dingen die ze opschreef.’
(Uit: ‘Na zelfdoding’, p. 19)

Rouwverwerking

Het is begrijpelijk dat nabestaanden vanwege onbegrip na zelfdoding kiezen voor een stille uitvaart of de gelegenheid tot condoleren achterwege laten. Toch kan het juist dan belangrijk zijn iets heel persoonlijks te doen; een tekst waar de overledene erg op gesteld was voorlezen, muziek waarvan hij of zij hield draaien, iets zeggen of schrijven voor de overledene bij de uitvaart.

De rouwverwerking na zelfdoding kan geblokkeerd raken door angst, schulgevoelens en verwijten. Als de overledene weleens een beroep heeft gedaan op de hulpverlening, kan het zinnig zijn na de uitvaart contact op te nemen met de arts, psycholoog of psychiater die de overledene heeft behandeld. Ook het praten met lotgenoten kan verlichting geven en je helpen in de verwerking van het verlies.

Belangstelling van derden

Als een geweldadige dood door derden is veroorzaakt, zul je als nabestaanden met talloze vragen en met nog veel meer angst, woede en agressie zitten. Bovendien kun je te maken krijgen met belangstelling van de pers en nieuwsgierige buitenstaanders, waardoor je vaak geen greep meer hebt op wat er allemaal bekend wordt over de overledene en zijn persoonlijke omstandigheden. Vaak gaat die ongewenste publiciteit veel langer door dan je lief is en ben je er niet op voorbereid door anderen met je verlies te worden geconfronteerd. Zo vertellen de pleegzus en -broer van de vermoorde Kerwin Duinmeijer:

‘Nicoline: ‘Bij ons op school is het zo dat elke keer als er weer iets over in het nieuws is geweest, dan wordt erover gesproken. Bijvoorbeeld toen Frank Boeijen met het liedje ‘Zwart-Wit’ over Kerwin kwam, dan krijg je daar weer heel veel reakties op. Ze zijn het er niet mee eens of ze zijn het er wel mee eens. Gelukkig hoorden we het trouwens van een kennis dat het zou komen, anders schrik je je eigen weer rot. Als je weet dat het komt, dan denk je niet ineens: "Wat is dat nou ?" Dat hebben we wel vaker met de televisie, dat je er ineens met je neus bovenop gedrukt wordt. Dan hebben ze het bijvoorbeeld over diskriminatie en dan ineens wordt er over Kerwin gepraat. Dan schrik je echt ontzettend (...).’
(Uit: ‘De dood is gek’, p.86-87)

Een moord zal niet altijd zoveel publiciteit krijgen als in het geval van Kerwin Duinmeijer, maar toch moet je als nabestaande op zulke confrontaties voorbereid zijn. Als iemand wordt vermist en de politie besluit een oproep via de televisie te doen, voel je je als familie of vriendenkring vaak blootstaan aan de nieuwsgierigheid van vreemden. Het is belangrijk goede afspraken over de bescherming van je privacy te maken met de politie en eventueel tijdelijk een ander adres te kiezen. Bij de verwerking van een geweldadig overlijden zul je bijna altijd de hulp van een psycholoog of een psychiater nodig hebben. De huisarts kan helpen een geschikte hulpverlener te vinden.

Relatie met anderen

De ontreddering die je na een zelfdoding of moord ervaart, zal vaak een aanslag doen op je relatie met anderen. In een gezin of vriendenkring reageren mensen heel verschillend op zo’n schokkende gebeurtenis. Niet al je vrienden zullen in staat zijn je te steunen. Sommige mensen durven je nauwelijks te benaderen, uit angst het verkeerd aan te pakken. Om te voorkomen dat je in een isolement raakt, kun je ook om die reden hulp inschakelen, eventueel in de vorm van gezins- of relatietherapie.

Een vrouw wier dochter tot zelfdoding besloot, ging naar haar huisarts om hulp, toen ze het contact met haar man en zoon kwijtraakte:
‘Tegen de zomer is het bij mij tot een uitbarsting gekomen. Op een gegeven moment dacht ik: ‘Ik ben niet alleen mijn dochter kwijt, een stukje van mijn gezin, nee, ik ben mijn hele gezin, ik ben alles kwijt,’ en hij zei: "Ja, maar jullie denken dat met zijn drieën afzonderlijk te doen. En dan ga jij nog eens roepen van: jullie moeten maar doen, met mij hoef je geen rekening te houden. Maar er is ook een gemeenschappelijk gemis, iets dat jullie samen moeten verwerken." Dat was een keerpunt, waarop we zeiden: "We moeten toch zien dat we het gezamenlijk aanpakken." We zijn gewoon met elkaar gaan praten.
(Uit: ‘Na zelfdoding’, p.15)
Print deze pagina